Patching

Patching gebeurt op het centrale punt van het netwerk. Onder patching verstaan we het onderlinge verbinden van de aansluitingen op apparatuur of op andere linken.
Door het patchen bepaal je dus de functie van een link.

Hiervoor bestaan natuurlijk specifieke oplossingen die het patchen mogelijk maken op een snelle, eenvoudige en overzichtelijke mannier.
Het begint met een datakast of datarack. Dit zijn speciale kasten of racks voorzien van 19" stijlen waar de patchpanelen en de apparatuur in geplaatst worden. Ook apparatuur die niet voorzien is voor 19" montage kan geplaatst worden op 19" legborden.

Tussen patchpanelen en apparatuur worden ook rangeerbeugels geplaatst waarin de kabels netjes opgebonden kunnen worden. Ook naast de stijlen kunnen deze geplaatst worden bij bredere modellen. Door alle patchkabels netjes in deze beugels te plaatsen blijft alle bekabeling netjes en ordelijk. Zo behoudt men een goed overzicht op de apparatuur en de panelen.

Ook de keuze van patchkabels is van belang. Uiteraard kan men best hetzelfde type gebruiken als de bestaande bekabeling. (vb. Cat.6 patchkabels voor Cat.6 bekabeling) Verder is de juiste lengte ook erg belangrijk. Patchkabels zijn er in diverse lengtes, van 0,5 meter tot 25 meter. Gebruik zoveel mogelijk de correcte lengte die nodig is om de patch te maken langs de rangeerbeugels. Zo verhindert men dat er meters "overschot" in de weg zitten, of dat men dwars over alle panelen moet gaan omdat de kabel anders te kort is. Ook zijn patchkabels verkrijgbaar in zowat alle mogelijke kleuren. Men moet geen kleur kiezen die het mooiste bij de rest van de kast past, maar men kan voor elk type of elke functie een kleur kiezen. Bijvoorbeeld rood voor linken die van groot belang zijn, blauw voor telefonie, groen voor uplinks tussen switchen, verder een kleur per switch,... Ook zijn er diverse toebehoren voor patchkabels vb. vergrendelingen tegen het uittrekken etc.